Inloggen

In de vormgeving en de inhoud van Topondernemers 3/4 is rekening gehouden met de leeftijd van de kinderen en hun belevingswereld. Het kleurgebruik op de kaarten en praatplaten is fris en vrolijk en aan de hand van de karakters ‘Lars’ en ‘Lotte’ worden de kinderen meegenomen op een ware ontdekkingstocht door de wereld.


Vernieuwingen in Topondernemers krijgen onder meer gestalte in speciaal materiaal voor de kinderen die nog niet of niet goed kunnen lezen en in de aanlevering van diagnostische vragen die de leerkracht handvatten geven in het coachgesprek.


De basis voor TopOndernemers is de Portal: de digitale leeromgeving. In de leeromgeving vindt u de 12 thema’s met elk 15 leskaarten. Ook zijn er hulpkaarten, werkbladen en een handleiding beschikbaar.

TopOndernemers voor groep 3 en 4 biedt 12 thema’s met elk 15 leskaarten. Bij elk thema is een boeiende praatplaat beschikbaar om bij de introductie van het thema de voorkennis te activeren. Uiteraard is in tekst en ander materiaal rekening gehouden met de leeftijdsgroep.

De groepen kunnen gelijktijdig in dezelfde periode aan hetzelfde thema werken (schoolbreed). Binnen deze werkwijze is het mogelijk om een kind of een groep kinderen op eigen niveau te laten werken. Per schooljaar worden zes thema’s van zes weken doorgewerkt. Daarbij is de tijdsinvestering per schooljaar 36 schoolweken. De titels van de thema’s zijn voor alle groepen aangepast aan het niveau. Hierbij speelt de belevingswereld van de kinderen een belangrijke rol. De thema's voor groep 3/4 zijn nieuwe thema’s die echter wel overeenkomen met de thema’s van groep 5-8. Op deze manier sluiten de thema’s binnen de methode Topondernemers goed op elkaar aan.

  • Op vakantie
  • Hier woon ik
  • Wat een verschil
  • De doos op zolder
  • Kinderboerderij
  • 1 tot 15
  • Met z’n allen
  • Niets staat stil
  • Langs de waterkant
  • Wie ben ik
  • De wereld om mij heen
  • Hup Holland Hup

Bij elk thema is een boeiende praatplaat ontwikkeld, waarop 12 subthema’s terug te vinden zijn. Hierdoor gebeurt er veel op een praatplaat, waardoor deze een prachtig hulpmiddel vormt.

In de introductieles staan de leervragen centraal. Het gaat vooral om: wat weten de kinderen al? Wat lijkt ze interessant om te leren?

Er zijn verschillende manieren om de introductieles inhoud te geven. Er zijn praatplaten ontwikkeld met onderwerpen die in een gesprek worden aangeboden. Er kan ook voor een andere introductie worden gekozen. Het tonen van een film of het voorlezen van één van de boeken bij het thema bijvoorbeeld.

In de handleiding staan de lesvoorstellen bij elke praatplaat. Van de leerkracht wordt gevraagd om de onderwerpen aan te dragen door vragen te stellen. Het gaat om het onderzoeken van de onderwerpen en het komen tot een leergesprek. Uitgangspunt is onderzoekend leren. Het vraagstramien stimuleert de kinderen tot denken en onderzoeken.

Uitgangspunt is onderzoekend leren. Het vraagstramien stimuleert de kinderen tot denken en onderzoeken.

  • Algemene theoretische verantwoording en achtergrond
  • Verantwoording van de kerndoelen
  • Themaoverzicht en jaarplanning
  • Praktijkhandleiding
  • Hoe werk ik met de thema’s
  • Hoe introduceer ik een thema, diagnostische vragen
  • Procesbegeleiding, hoe, wat en waarom?
  • Plankaarten en registratieformulieren
  • Uitwerking per thema, voorzien van materiaallijsten
  • Thematische werk- en kopieerbladen staan bij de leskaarten

Binnen de methode Topondernemers wordt gebruikt gemaakt van leskaarten. De leskaarten zijn genummerd. De leskaarten zijn thematisch van opzet en vormen de basis van de lesactiviteit. Per schooljaar worden 6 thema’s van 6 weken doorgewerkt. Per thema zijn er 12 kaarten. De hele school werkt tegelijkertijd aan hetzelfde thema.


Leskaarten en organisatie
De thematische leskaarten zijn op verschillende manieren in te zetten:

1. Naar groeperingvorm
Er zijn kaarten met klassikale opdrachten, groepsopdrachten, duo-opdrachten en individuele opdrachten. In het themaoverzicht staat achter de omschrijving van de leskaarten of het gaat om een groeps-, duo- of individuele opdracht.

2.Naar activiteit en werkvorm
De verwerkingsvorm van een opdracht op een leskaart zijn ingedeeld naar de verschillende intelligentievormen van Gardner. Indien een kaart geschikt is om zelfstandig door een leerling of een groepje leerlingen uit te voeren, staan er rechtsboven in de leskaart pictogrammen over de bijbehorende verwerkingsvorm.

3.Naar leerdoel
Elke leskaart heeft specifieke leerdoelen. Deze staan weergegeven op de leskaart onder het kopje: Wat moet ik weten of kunnen.


Opdrachtkaarten en differentiatie

Binnen een thema zijn er vijftien leskaarten bedoeld voor de groepen 3-4. Ze kunnen leerjaar doorbrekend worden ingezet. Zowel groep 3 als 4 kan werken met dezelfde kaarten. Leerkrachten kunnen zelf bepalen welke kaart geschikt is voor de groep. Ook binnen de leskaart zijn er vaak meerdere opdrachten beschikbaar. De leerkracht kan een bewuste keuze maken welke leerling welke verwerkingsopdracht aan kan. Daarnaast bieden de leskaarten de mogelijkheid om te kiezen voor een specifieke groeperingsvorm, verwerkingsvorm of leerdoel. De verschillende verwerkingsvormen zoals muurkrant of toneelstuk bieden de leerkracht de mogelijkheid om tijdens de afsluiting de leerlingen op eigen niveau te laten presenteren.


Het werken met de Portal

De digitale leeromgeving: de Portal, is speciaal afgestemd op het gebruik bij de methode Topondernemers. Dit houdt in dat de op de leskaarten vermelde trefwoorden specifieke zoekresultaten opleveren binnen de Portal. Het voordeel hiervan is dat leerlingen altijd correcte en voldoende informatie vinden die past bij de inhoud van de leskaarten. Een extra licentie op Van Dale (woordenboek) en/ of Winkler Prins vergroot het kindvriendelijke aanbod bij de zoektocht naar de passende informatie.

De reflectie gesprekken zijn bedoeld om, middels een gesprek met de leerling, de leerling te stimuleren tot zelfreflectie op het leerproces. De leerling kan samen met de leerkracht beoordelen hoe het leerproces gaat door na te denken over hun werkaanpak, rol en beleving. Dat kan gebeuren voor, tijdens en na afloop van het werk. Tijdens de gesprekken kunnen ook afspraken gemaakt worden over vaardigheden waar leerlingen zich gedurende een themaperiode op gaan richten (bijvoorbeeld samenwerken). De resultaten van de leerling wordt door de leerkracht vastgelegd in de leerkrachtmodule van de Portal, waar d.m.v. een grafiek inzichtelijk wordt gemaakt wat de ontwikkeling is van elke leerling.

De hulpkaarten bieden ondersteuning bij het zelfstandig uitvoeren en verwerken van de opdrachten. Deze hulpkaarten kunnen eventueel klassikaal worden geïntroduceerd. Op elke hulpkaart staat beschreven wat het kind moet doen, wat het oplevert en wat ze nodig hebben aan materialen.

Copyright ©2018 Uitgeverij Onlineklas - alle rechten voorbehouden
Contact Leveringsvoorwaarden